om ons uit elkaar te trekken.
Na miljarden jaren zoeken,
vonden we elkaar weer terug.
We wensen het universum veel succes,
om met iets beters aan te komen.
Het warme water spoelt haar geur van mijn lijf
maar in mijn hoofd kan ik haar nog volop ruiken
en hoe hard ik ook boen, het gaat er niet af
die glimlach op mijn gezicht.
Cirkels zijn jaloers
op haar ronde vormen.
Zijderupsen staken hun werk
na het zien van haar zachte huid.
Het zonlicht verbleekt
bij de schittering van haar ogen.
Mijn hart slaat op hol
elke keer als ik aan haar denk.
Ze heeft mij gevonden.
En ik haar.
Mijn eetlust heeft plaatsgemaakt
voor het gekriebel in mijn buik.
Ik kan me niet meer concentreren,
zou dit ooit nog over gaan?
Ik heb het zwaar te pakken
en toch voel ik me niet ziek.
Morgen gaat het vast wel beter.
Nog maar één nachtje slapen.
Wat duurt dit lang.
Nog tien uur en achtentwintig minuten,
dan zie ik haar weer.
Tien uur en zevenentwintig minuten.
Woorden stromen door mijn hoofd.
Een rivier vol gebroken zinnen.
Ik probeer te redden wat ik redden kan,
maar de stroming is te sterk.
Soms is het dagenlang eb.
Vandaag is het vloed.
De woorden staan tot aan mijn lippen.
En toch, mijn pen zwijgt.
De storm lijkt te gaan liggen
de rivier slipt langzaam dicht
de woordenstroom droogt op
het papier blijft bijna leeg
Langzaam druppelen de woorden uit de pen.